De eerste keer in je nieuwe auto voel je het meteen: de bumper lijkt ineens veel verder weg, of juist veel dichterbij. Aan een andere auto wennen kost een paar ritten, ongeacht of je van een kleine stadsauto naar iets groters stapt of andersom. Je handen kennen het stuur nog, maar je ogen moeten opnieuw leren hoeveel ruimte de auto inneemt.
Dat is normaal en gaat vanzelf over. Met een paar gerichte oefeningen gaat het sneller en wordt de eerste week een stuk rustiger.
Je zicht is anders, ook al zit je zelf hetzelfde
Een grotere auto zit hoger en breder, een kleinere juist lager en korter. Dat verandert wat je ziet. Zit je hoger, dan kijk je beter over andere auto’s heen, maar zie je de neus van je eigen auto minder goed. In een lagere auto zit je dichter bij de weg, met meer zicht op de stoeprand maar minder over het verkeer.
Begin daarom met de spiegels en de stoel. Zet alles opnieuw af, ook als je denkt dat het wel klopt. Stel de zijspiegels zo in dat je net een stukje van je eigen auto ziet, zodat je een referentie hebt. Kijk in de achteruitkijkspiegel of je de hele achterruit overziet.
Let ook op de dode hoeken. Bij een andere auto liggen die ergens anders. Een brede stijl of een hoge achterkant kan een fietser of een lage auto verbergen. Draai gewoon je hoofd en kijk over je schouder, ook als de camera of de sensoren piepen.
Aan een andere auto wennen: oefen op een lege parkeerplaats
De beste plek om te wennen is een grote, lege parkeerplaats op een rustig moment. Geen verkeer, geen toeschouwers en geen haast. Neem wat pylonen mee, of simpelweg lege kratten of kartonnen dozen, en leg zelf een vak uit.
Dingen die je er kunt doen:
- Rij langzaam heen en weer tussen twee punten en voel hoeveel ruimte je nodig hebt.
- Parkeer achteruit en vooruit in een vak en kijk hoe dicht je bij de lijn komt.
- Draai een volle bocht en let op hoe groot je draaicirkel is.
- Stop op het punt waar je denkt dat de bumper de pyloon raakt, en stap uit om te kijken hoe ver je zat.
Dat laatste is verrassend leerzaam. Je ziet zwart op wit hoe je inschatting afwijkt, en je corrigeert die de volgende keer meteen. Na een kwartiertje voelt de auto al een stuk minder vreemd.
De draaicirkel en smalle straten
Een auto met andere afmetingen heeft ook een andere draaicirkel. Ga je van klein naar groot, dan moet je op sommige plekken een keer extra steken waar je eerst in één keer rondkwam. Ga je andersom, dan neem je in het begin vaak te veel ruimte, omdat je nog uitgaat van de grote bocht.
Test het in je eigen straat, op een rustig moment. Draai om bij de dichtstbijzijnde keerplaats, rij door het smalste stukje van de buurt en kijk hoe je daar uit komt. Zo weet je vóór de drukte begint wat je kunt verwachten.
Smalle straten met geparkeerde auto’s langs de kant vragen om meer geduld in een bredere auto. Rij langzaam, houd afstand en laat een tegenligger voorgaan als het te krap voelt. Dat is geen zwakte, het is gewoon ruimte geven aan jezelf.
Past de auto nog in je garagebox of onder de poort?
Voor veel mensen is dit de grootste verrassing. Een garagebox, een carport of een parkeergarage met lage doorgang is gemaakt voor een bepaalde afmeting. Past je nieuwe auto niet goed, dan merk je dat bij de eerste poging om te parkeren.
Meet daarom van tevoren, of doe het vlak na de koop. Meet de breedte van de box inclusief de ruimte om de deuren te openen, en de hoogte van de ingang. Vergelijk die met de maten van de auto, die je in het instructieboekje of bij de RDW kunt vinden. Het gaat hier om de breedte en hoogte, niet om het gewicht.
Komt je oude auto uit de stad, lees dan hoe het verkopen van een kleine stadsauto werkt. Reed je juist een grote, dan is er een pagina over het verkopen van een suv.
De eerste week: bouw het rustig op
Begin niet meteen met de drukste rit van je leven. Kies de eerste dagen routes die je kent: de weg naar je werk buiten de spits, de supermarkt, een rondje om de wijk. Zo kun je letten op de auto zonder ook nog de weg te hoeven zoeken.
Vraag, als het kan, iemand om mee te kijken tijdens het achteruit parkeren. Een tweede paar ogen buiten de auto zegt je in één keer wat je zelf niet ziet. Geen verwijten, gewoon: “nog een stukje, nog een stukje, stop.”
Geef jezelf ook de ruimte. Een paar dagen lijkt lang als je net een nieuwe auto hebt, maar de meeste verschillen merk je niet meer na een week of twee. Rij dus gerust wat extra rondjes. Het hoort bij het wennen.
Als je oude auto blijft staan
Soms staat de oude auto er nog, terwijl je al in de nieuwe rijdt. Dat is een mooi moment om te vergelijken. Stap om de paar dagen eens in de oude en voel wat je mist en wat je niet mist. Dat helpt bij de beslissing wat je ermee doet.
Weet je zeker dat hij weg mag, dan kun je vandaag nog een bod aanvragen. Vrijblijvend, en je beslist zelf. Twijfel je nog, dan is er geen haast. Je kunt altijd eerst wennen.
Veelgestelde vragen
Hoe lang duurt het voor ik gewend ben aan een andere auto?
Dat verschilt per persoon en per auto. Meestal merk je binnen een paar ritten al verschil, maar het kan wat langer duren als de afmetingen flink anders zijn. Oefen op een rustige plek en bouw het langzaam op.
Moet ik mijn spiegels echt opnieuw instellen?
Ja, elke keer als je in een andere auto stapt. Een andere zithoogte en breedte betekent een ander beeld. Stel ze af voordat je wegrijdt.
Kan ik in een grotere auto minder goed parkeren?
Het is vooral anders. Je ziet minder van de neus en de hoeken, maar je zit hoger en kijkt beter over het verkeer. Met oefening gaat het snel beter.
Hoe weet ik of mijn auto in de garagebox past?
Meet de box op en vergelijk met de maten van de auto uit het instructieboekje. Reken ook ruimte mee om de deuren te openen.
